Elleboog
Cubitale tunnel syndroom
Oorzaak
De nervus ulnaris (ellepijpzenuw) loopt aan de binnenzijde van de elleboog, net achter het botpuntje, door de cubitale tunnel. Deze zenuw kan hier bekneld raken door herhaaldelijk buigen van de elleboog, langdurig steunen op de elleboog, of door een nauwe of instabiele tunnel.
Klachten
Er is een doof of tintelend gevoel in de ringvinger en de pink, dat verergert bij het buigen van de elleboog, bijvoorbeeld bij het bellen met een telefoon aan het oor of bij slapen met een gebogen arm. Er kan ook krachtsverlies van de grip en de knijpkracht optreden, en in verder gevorderde gevallen verschraling van de kleine handspieren met toegenomen onhandigheid.
Diagnose
Het klinisch onderzoek (Tinel teken ter hoogte van de elleboog, klachten bij aanhoudend buigen van de elleboog) wordt aangevuld met een zenuwonderzoek (EMG) en echografie om de diagnose te bevestigen en de ernst van de beknelling te bepalen.

Conservatieve behandeling
Een nachtspalk die de elleboog gestrekt houdt, met het vermijden van langdurig buigen of steunen op de elleboog, is de eerste stap. Dit tesamen met een periode NSAID (ontstekingsremmer) inname.
Operatie
Baat de conservatieve behandeling onvoldoende, of is er een duidelijke zenuwaantasting, dan wordt de zenuw operatief vrijgemaakt (in situ decompressie): de bindweefselbanden die de zenuw ter hoogte van de elleboog vernauwen, worden doorgenomen, zonder de zenuw te verplaatsen. Dit is een kleinere ingreep dan een verplaatsing van de zenuw, met een vlottere revalidatie. In zeldzame gevallen is een verplaatsing van de zenuw (transpostie) wel aangewezen.
Nazorg
Vroege mobilisatie van de elleboog, met vermijden van langdurig steunen op de elleboog in de eerste weken na de ingreep.
Resultaat:
De pijn en de tintelingen verbeteren doorgaans snel en duidelijk. Het herstel van de kracht en van eventuele spierverschraling verloopt trager en is, bij langdurige of ernstige beknelling voor de operatie, meestal niet volledig.