Hand en pols
Bokserfractuur
Oorzaak
Een bokserfractuur is een breuk van de hals van het vijfde middenhandsbeen (het beentje naar de pink), vlak voor de knokkel. Ze ontstaat typisch door een stoot met gebalde vuist tegen een hard oppervlak.
Klachten
Er is pijn, zwelling en drukgevoeligheid ter hoogte van de knokkel van de pink, vaak met een verzakking van de knokkel (de knokkel lijkt "weggezakt") door de kanteling van het botfragment.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld met een röntgenfoto, waarop de mate van verplaatsing van de breuk beoordeeld wordt.

Conservatieve behandeling
Bij een beperkte verplaatsing volstaat een afneembare spalk of gips gedurende enkele weken, met behoud van beweeglijkheid van de niet betrokken vingers. Nadien wordt een buddy taping aangeraden om vroege mobilisatie toe te laten.
Operatie
Bij een uitgesproken verdraaiing (rotatiefout) van de vinger, of meerdere betrokken middenhandsbeenderen, wordt geopereerd. Hierbij wordt de breuk gereponeerd en gefixeerd met een schroef, met pinnetjes, of zeldzaam met een plaat en schroeven.
Bijzonderheden
Een rotatiefout is functioneel belangrijker dan de hoekstand zelf: bij het buigen van de vingers mogen deze elkaar niet kruisen.
Een beperkte hoekstand ter hoogte van de hals van het vijfde middenhandsbeen wordt over het algemeen goed verdragen door het gewricht.
Nazorg
De vingers worden vanaf de start actief bewogen om stijfheid te voorkomen. Zwaar belasten van de hand wordt afgeraden tot de breuk voldoende genezen is, doorgaans na 4 tot 6 weken.
Resultaat:
De meerderheid van deze breuken geneest goed, met behoud van een goede functie en grijpkracht, zowel na conservatieve als na operatieve behandeling.