Hand en pols
Scafoïdfractuur
Oorzaak
Een scafoïdpseudoartrose ontstaat wanneer een breuk van het scafoïd niet genezen is, bijvoorbeeld omdat de breuk aanvankelijk niet herkend werd, onvoldoende geïmmobiliseerd werd, of omdat de bloedvoorziening van het botfragment onvoldoende was
Klachten
Er is aanhoudende of terugkerende polspijn, vaak verergerend bij belasting, met een verminderde grijpkracht. Onbehandeld kan dit op termijn leiden tot slijtage van de pols (SNAC wrist), met toenemende stijfheid en artrose.
Diagnose
Op de röntgenfoto ziet men een blijvende breuklijn, soms met sclerose of cystevorming. Een CT scan brengt de vorm van het botdefect en een eventuele inzakking (humpback deformiteit) in kaart.

Conservatieve behandeling
De behandeling is bijna altijd operatief.
Operatie
De behandeling is bijna altijd operatief. Via de pols artroscopie wordt het littekenweefsel tussen de twee botfragmenten verwijderd (debridement), waarna de holte opgevuld wordt met een botgraft, meestal afkomstig van de onderarm (distale radius). Vervolgens wordt het scafoïd gestabiliseerd met een schroef. Deze artroscopische aanpak is minder belastend dan een open operatie en laat een gerichte beoordeling van het gewricht toe.
Bijzonderheden
De doorbloeding van het proximale fragment bepaalt mee welke greffegekozen wordt. Meestal kan er gekozen worden voor een greffe uit de distale radius. Nicotinegebruik is een belangrijke factor die er voor kan zorgen dat de breuk niet vastgroeit.

Nazorg
Na de operatie is een periode van gipsimmobilisatie nodig. Met een CT scan wordt de genezing van de graft opgevolgd voor u de pols weer volledig mag belasten. Dit traject neemt doorgaans 3 tot 6 maanden in beslag.
Resultaat operatie:
Bij een groot deel van de patiënten (ongeveer 80 tot 90%) groeit het scafoïd na deze ingreep alsnog aan elkaar. Bij een slecht doorbloed proximaal fragment of een uitgesproken deformiteit ligt de slaagkans lager.