Hand en pols
Scafoïdfractuur
Oorzaak
Het scafoïd (bootvormig botje) is een van de acht handwortelbeentjes en ligt aan de duimzijde van de pols. Een breuk ontstaat meestal door een val op de uitgestrekte hand, waarbij de pols naar achteren en naar de duimzijde gebogen wordt. Dit gebeurt vaak bij jonge, actieve mensen: bij een val van de fiets, tijdens sport of bij een misstap.
Klachten
Het scafoïd (bootvormig botje) is een van de acht handwortelbeentjes en ligt aan de duimzijde van de pols. Een breuk ontstaat meestal door een val op de uitgestrekte hand, waarbij de pols naar achteren en naar de duimzijde gebogen wordt. Dit gebeurt vaak bij jonge, actieve mensen: bij een val van de fiets, tijdens sport of bij een misstap.
Diagnose
De diagnose steunt op het klinisch onderzoek (drukpijn in de tabatière) aangevuld met een röntgenfoto. Bij ongeveer een op vijf fracturen is de breuklijn op de eerste foto nog niet zichtbaar. Bij aanhoudende verdenking wordt daarom bijkomend een CT scan of MRI gemaakt, of wordt de pols enkele weken later opnieuw gefotografeerd.

Conservatieve behandeling
Een niet verplaatste breuk kan behandeld worden met een gipsimmobilisatie die de duim mee omvat, gedurende 6 tot 10 weken. De duur hangt af van de plaats van de breuk: het onderste deel (distaal) geneest sneller dan het bovenste deel (proximale pool), dat minder goed doorbloed is.
Nicotinegebruik is een belangrijke factor die er voor kan zorgen dat de breuk niet vastgroeit.
Operatie
Bij een verplaatste breuk, of bij een breuk in de proximale pool met verhoogd risico op niet genezing, wordt meestal geopereerd. Via een kleine huidincisie wordt percutaan een schroef in het scafoïd geplaatst, soms onder artroscopische controle. Dit geeft een stevige fixatie en laat toe de pols sneller terug te bewegen dan met gips alleen.
Bijzonderheden
De bloedvoorziening van het scafoïd verloopt grotendeels van distaal naar proximaal. Een breuk in de proximale pool onderbreekt deze bloedtoevoer vaker, met een verhoogd risico op avasculaire necrose (afsterven van het bot) en op non union (het niet aan elkaar groeien van de breuk). Nicotinegebruik is een belangrijke factor die er voor kan zorgen dat de breuk niet vastgroeit.

Nazorg
Na een operatie draagt u een tijdelijke spalk of een lichte gips. De vingers en de duim mogen en moeten vanaf de eerste dag bewegen. Zwaar tillen, wringen en steunen op de hand worden afgeraden tot de genezing op röntgenfoto of CT bevestigd is, doorgaans na 6 tot 12 weken.
Resultaat operatie:
Bij een distale breuk of een breuk ter hoogte van de taille van het scafoïd, correct behandeld, is de kans op genezing hoog (meer dan 90%). Bij een breuk van de proximale pool ligt het risico op non union of vertraagde genezing hoger, ook na een operatie.