Knie
Kraakbeen- en osteochondrale defecten
In het kort
Dit is een plaatselijke beschadiging van het kraakbeen, soms samen met het bot eronder. Het kan ontstaan door een ongeval, herhaalde belasting, of doordat een botstukje loskomt. Een los fragment kan in het gewricht terechtkomen en de knie laten blokkeren. De behandeling hangt af van de grootte en is gericht op behoud van het gewricht en het uitstellen van slijtage.
Wat is het?
Het gewrichtskraakbeen vormt een gladde, schokdempende laag op de botuiteinden. Bij een kraakbeen- of osteochondraal defect is op een bepaalde plek het kraakbeen beschadigd, en bij een osteochondraal defect ook het bot eronder.
Het kan ontstaan door een ongeval, door herhaalde overbelasting, of door een aandoening waarbij een stukje bot met kraakbeen los dreigt te komen. Komt zo’n fragment helemaal los, dan kan het als een ‘gewrichtsmuis’ vrij in de knie ronddwalen.
Wat zijn de symptomen?
- Pijn bij belasten: vaak diep in de knie.
- Zwelling: die terugkeert na inspanning.
- Blokkeren of haperen: wanneer een los fragment tussen de gewrichtsvlakken komt.
Hoe stellen we de diagnose?
- Het gesprek en onderzoek: de arts vraagt naar pijn, zwelling en blokkeerklachten en onderzoekt de knie.
- Röntgenfoto: kan een loslatend of losgekomen botstukje tonen.
- MRI-scan: brengt het kraakbeen, het onderliggende bot en de grootte van het defect goed in beeld.
Wat zijn de behandelingsopties?
Conservatief. Een klein, stabiel defect kan rust krijgen door tijdelijk te ontlasten, in combinatie met oefentherapie.
Operatief. Een groter defect, een los fragment of blijvende klachten worden meestal operatief behandeld om het gewricht te beschermen.
Wat houdt de chirurgie in?
Afhankelijk van de grootte en het type zijn er verschillende technieken, vaak via een kijkoperatie:
- Het terugplaatsen en vastzetten van een los botfragment, als dat nog kan.
- Microfracturering: kleine gaatjes in het bot maken zodat zich nieuw herstelweefsel vormt.
- Een kraakbeentransplantatie, waarbij gezond kraakbeen-met-bot wordt overgezet, of een techniek met gekweekte kraakbeencellen bij grotere defecten.
Hoe ziet de revalidatie eruit?
De revalidatie is doorgaans beschermend en duurt lang, omdat het herstelweefsel tijd nodig heeft. De knie wordt vaak een tijd ontlast. Onderstaande tijdlijn is een algemene richtlijn; ze verschilt sterk per techniek.
| Fase | Wanneer | Doel |
| 1 — Bescherming | Week 0–6 | Knie ontlasten volgens voorschrift; voorzichtig bewegen om het herstel te ondersteunen. |
| 2 — Belasten opbouwen | Week 6–12 | Geleidelijk meer gewicht op het been; spieren versterken. |
| 3 — Kracht & functie | Maand 3–6 | Volledige beweeglijkheid en kracht herwinnen. |
| 4 — Terug naar sport | Vanaf maand 6 | Sportspecifieke opbouw en geleidelijke terugkeer. |
Wat zijn de vooruitzichten?
De uitkomst verschilt sterk naargelang de grootte, de plaats en de leeftijd. Bij een jongere patiënt en vroege behandeling zijn de vooruitzichten beter. Het doel is de klachten te verminderen en latere slijtage zoveel mogelijk uit te stellen.